Werkplekonderzoek(vorige pagina)
Algemeen/Onderzoeksmethodiek/Metingen/
Overige onderzoeken


Algemeen ( terug naar boven )
Het opsporen van mogelijke oorzaken van gezondheidsklachten binnen een kantoorgebouw vraagt om een specifieke en doelgerichte aanpak. Specifiek voor kantoorgebouwen maakt Monit'air risicoanalyses, ook wel werkplekonderzoek of gebouwonderzoek genoemd. Bij het onderzoek wordt een vast aantal fases doorlopen. Met de 'Building In Use methode' kiezen we voor een zorgvuldige, gerichte en integrale aanpak.

Integrale aanpak ( terug naar boven )
Uitgangspunt bij dit onderzoek is de door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) voorgestelde onderzoeksstrategie. Belangrijk bij onderzoek naar gebouwgerelateerde problemen of klachten is de integrale aanpak die de WHO voorstaat. Deze bestaat uit een aantal, tevoren overeengekomen, onderzoeksstadia. Centraal staan daarbij de arbeidsomstandigheden van de werknemer en het effect op zijn of haar welzijn in relatie tot de totale werkomgeving.

Oriëntatie ( terug naar boven )
Om tot een integrale aanpak van een project te kunnen komen vindt eerst een oriënterend bezoek plaats om een indruk te krijgen van de problemen van het gebouw en de daarin aanwezige installaties. Tijdens dat bezoek worden de klachten ruwweg geïnventariseerd. Deze inventarisatie is nodig om slagvaardig en doelgericht te kunnen handelen; bovendien wordt de kans op een succesvol verloop van het gehele onderzoekstraject daardoor vergroot.

Klachten inventarisatie ( terug naar boven )
Een meer toegespitste inventarisatie van, al dan niet lichamelijke klachten, wordt verkregen door het houden van een klachteninventarisatie onder medewerkers en andere gebouwgebruikers.

De resultaten worden aan de opdrachtgever gerapporteerd. Het rapport bevat, naast de resultaten en analyses, ook een advies over de te volgen strategie en te nemen maatregelen of aanvullend onderzoek.

Is er overeenstemming over het aanvullend onderzoek, het meetprogramma en te volgen strategie dan kan het onderzoek, in overeenstemming met bestaande meet- en onderzoeksprotocollen, worden uitgevoerd.

Waarom eerst inventariseren en niet direct meten?(terug naar boven )
Het inventariseren van klachten voordat er gestart wordt met het verrichten van metingen, lijkt een omslachtige methode. Tocht blijkt deze methode het meest effectief. Er ontstaat inzicht in de klachtenpatronen, zodat met het onderzoek maximaal rendement wordt behaald. Bovendien worden onnodige metingen vermeden, waardoor het onderzoek betaalbaar blijft.
Uit de praktijk is gebleken dat door het betrekken van 'de klagers' bij het oplossen van hun problemen een beter en objectiever beeld ontstaat van het klachtenpatroon en de omvang daarvan.

De opdrachtgever is gebaat bij een maximale betrokkenheid van medewerkers en overige gebouwgebruikers en hen ook daadwerkelijk te betrekken bij het oplossen van de problemen. Hierdoor worden relatief snel, maar vaak ook betere, resultaten geboekt. Dit in tegenstelling tot de confessionele methode van onderzoek waarbij de betrokkenheid en inbreng van gebouwgebruikers vrijwel nihil is.


Onderzoeksmethodiek ( terug naar boven )
De 'Building In Use' onderzoeksmethodiek wordt geadviseerd:



  1. Gebouw Schouw: om inzicht te verkrijgen in de relevante eigenschappen van zowel gebouw als werkplekken.

  2. Gebouw & Installatie inventarisatie: door gebruikmaking van op de situatie aangepaste vragenlijsten met betrekking tot het gebouw en de daarin aanwezige installaties krijgen de onderzoekers inzicht in vrijwel alle belangrijke gebouwfacetten en in het niveau van het technisch onderhoud. Deze inventarisatie wordt besproken met de verantwoordelijke managers.

  3. Klachteninventarisatie: door middel van een vragenlijst wordt onder de werknemers en overige relevante gebouwgebruikers, of een representatief gedeelte daarvan, een inventarisatie gehouden om de aard, omvang en locatie van de klachten en de klachtpatronen vast te stellen.

  4. Hypothesen opstellen: uit de onderzoeksresultaten kan veelal een hypothetische diagnose worden gesteld, die de bij 'punt 3' verzamelde klachten verklaart op grond van de waarnemingen opgedaan bij 'punt 1 en 2'.
    De hypothese kan worden aangevuld met kennis over kenmerken van het gebouw en de werkplek, alsmede biologische, fysische en chemische variabelen enerzijds en klachten of klachtenpatronen anderzijds.

  5. Hypothesen toetsen: in een aantal gevallen zal de diagnose zo waarschijnlijk zijn dat toetsing niet noodzakelijk is. Wanneer toetsing echter wel gewenst is staat een aantal mogelijkheden ter beschikking zoals: meting van fysische, microbiologische, technische, chemische en andere relevante parameters.

  6. Oplossingen: zodra de diagnose is gesteld kunnen op grond daarvan adviezen en/of aanbevelingen worden gegeven ter verbetering van de situatie.

Metingen ( terug naar boven )
Is toetsing gewenst dan kunnen chemische, fysische, microbiologische, technische en andere metingen uitgevoerd worden, waarbij het onderzoek zich tot de volgende gebieden kan uitstrekken:



  • microbiologisch stof-, water- en/of luchtzijdig onderzoek en analyse in kantoren, productieruimten of luchtbehandelingsystemen
  • stofhoeveelheid- en/of stofsamenstellingonderzoek van het in kantoren of productieruimten aanwezige stof
  • video- en/of endoscoopinspectie om de mate van de stofzijdige vervuiling in luchtkanalen vast te stellen
  • luchtkwaliteitonderzoek op de werkplek; hierbij kunnen zowel gasconcentratie (CO2, O2) niveaus als de aanwezigheid van mogelijk schadelijke stoffen worden vastgesteld
  • behaaglijkheidonderzoek op de werkplek, waarbij korte duur of lange duur registratie van het binnenklimaat en thermisch comfort met behulp van geavanceerde meetapparatuur kan worden uitgevoerd
  • werkplekonderzoek met betrekking tot geluid, verlichting, ergonomische en fysische aspecten
  • continue stofmetingen in luchtbehandelingsystemen, mogelijkerwijs aangevuld met stofsamenstelling analyses
  • olfactorisch onderzoek.

Overige onderzoeken (terug naar boven )
Naast de hierboven opgesomde onderzoeken vinden ook onderzoeken plaats bij één of andere calamiteit. In dergelijke gevallen moet een onderzoek voorkomen dat er in de nabije of verre toekomst klachten gaan ontstaann.

Bij dit soort onderzoeken kan worden gedacht aan:



  • bepaling van rook- en/of roetbelasting in luchtkanalen of in het luchtbehandelingsysteem na een calamiteit (brandschade)
  • bepaling van rook- en/of roetbelasting in computer of kantoorautomatiseringapparatuur na een calamiteit (brandschade)
  • bepaling van waterschade, bijvoorbeeld om schimmelgroei te voorkomen.

Meer weten? ( terug naar boven )
Werkplekonderzoek wordt over het algemeen geoffreerd tegen een vaste prijs. Monit'air doet geen risicoanalyses in relatie tot het Arbo-beleid. Voor meer informatie kunt u geheel vrijblijvend contact opnemen met Monit'air Binnenmilieutechniek bv. We informeren u graag over onze onderzoekmethode en de kosten.